Hoe pakken we rampen en crises aan? Hoe zorgen we ervoor dat de juiste hulpverleners ter plaatse komen en zodanig gaan hulpverlenen, coördineren en samenwerken met elkaar en andere hulpverleningsdiensten, dat zo veel mogelijk slachtoffers zo goed mogelijk geholpen worden?
Basis hiervoor is de GRIP (Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure). Hierin zijn voor rampen, van verschillende grootte, opschalingsafspraken gemaakt tussen brandweer, politie, gemeenten en GHOR. Hoe ernstiger een ongeval en hoe groter het (bedreigde) gebied, des te groter de schaal waarop de bestrijding wordt georganiseerd.
Er zijn in onze regio 5 opschalingsniveaus (GRIP 0-4), waarbij van elke dienst functionarissen worden ingezet die in een bij dat niveau behorend overleg zaken afstemmen met elkaar.
Naast de GRIP zijn er ook andere procedures en protocollen. Dit omdat wij voor de bestrijding van incidenten gebruik maken van de expertise en inzet van andere organisaties binnen de "witte" kolom (onder andere GGD, RAV, GGZ etc.). Zo zijn er bijvoorbeeld alarmeringsprocedures, opschalingsprocedures en bijstandsafspraken gemaakt. Ook voor specifieke ramptypes en situaties worden vooraf afspraken gemaakt in onder andere het Generiek Draaiboek Infectieziekten, het Basisplan Overstromingen, het Calamiteitbestrijdingsplan Conventionele Spoorwegen en rampbestrijdingsplannen voor BRZO-bedrijven.
Het gebruik van al deze plannen, procedures en protocollen bij oefeningen en incidenten wordt geëvalueerd zodat manco's in planvorming kunnen worden aangepast aan de ervaringen van gebruikers.